In 1823 trouwde Harmen Gerritsen in Odijk met Anna Marie de Kruif. Hij kwam uit Renswoude, zij oorspronkelijk uit Bunnik. Wat zou het mooi zijn als we wisten hoe die twee elkaar ontmoetten! Maar helaas.

Harmen was een boerenknecht. Zoals dat ging in die tijd, zal hij op een Odijkse boerderij hebben gewerkt en Anna Maria tegen zijn gekomen. Een praatje, een grapje, een dansje tijdens de kermis misschien. En daar komt een huwelijk van. En een bolle buik. Het eerste kind van Harmen en Anna Maria werd een paar maanden na de bruiloft geboren.

Misschien werkte Harmen wel op de boerderij van Gerrit de Kruif, de vader van Anna Maria. Gerrit had een grote boerderij vlakbij het Witte Kerkje, die later De Lindenhof zou gaan heten. Zijn nazaten bleven tot 1901 op deze stek. Laten we dus maar er vanuit gaan dat Harmen Gerritsen daar Anna Marie ontmoette.

Wat moet vader Gerrit het nieuwe geluk met lede ogen hebben aangekeken. Zijn enige dochter (er was verder alleen een zoon Arie), die moet trouwen met een arbeider… Er waren toch genoeg Hervormde boerenzonen te vinden, ondanks de overwegend Rooms-Katholieke boerenstand in Odijk?

Het stel maakte een vervelende start. Na het huwelijk in augustus 1823, werd in november een kind geboren. Levenloos. Een naamloos meisje werd geregistreerd in de Burgerlijke Stand van Odijk…

Maar Harmen bleef geen arbeider.

In de jaren 1820 en 1830 had Odijk één bakker: Maas Jacobse. In de notulen van de gemeenteraad komt hij regelmatig terug als meesterbakker. Het gewicht van het brood en de granen die daarvoor gebruikt waren, was een belangrijk ding in die tijd. Er kon flink mee gefraudeerd worden en Maas Jacobse kreeg dus verschillende malen controle. Maar in 1833 overleed Maas.

En in 1840 heette de Odijkse meesterbakker plotseling Harmen Gerritse.

Het gezin was toen gezegend met een hele reeks kinderen: Gerrit (1825), Maria (1828), Gerritje (1831), Harmen (1833), Arie (1835), Hermanis (1837), Adriana (1839), Marrigje (1841) en Gerrit (1844).

Het gezin woonde aan de Meent, ongeveer ter hoogte van het huidige nr. 9. Hun huis lag wat verder van de weg. Hoewel er in de kadastrale archieven nergens een bakhuis staat vermeld, zal het daar toch gelegen hebben.

De oude Harmen stierf in 1870, zijn vrouw was  al 6 jaar geleden overleden . Hij had zijn kroost wel voor een deel zien opgroeien tot echte Odijkers: Gerrit, Harmen en Marrigje trouwden of kregen kinderen in Odijk. Adriana overleed er ongehuwd in 1870.

En het broodbakkersvak werd ook voortgezet. Op dezelfde plek aan de Meent was zoon Harmen jr. in de tweede helft van de negentiende eeuw broodbakker. Tot rond 1900 het huis wordt gesloopt en plaats maakt voor één van de vele boomgaarden in het dorp.